Cantussen door Steven Scheldeman

Hieronder kunnen jullie een interessante tekst over cantussen terugvinden, geschreven door Steven “Hermes” Scheldeman. Het origineel dateert van 1995 en werd bijgewerkt naar een actueler geheel in 2005. Het is geen gids die zwart-op-wit te zegt hoe je een succesvolle cantus organiseert, maar eerder een nuchtere kijk op de verschillende gebruiken en tradities tijdens een cantus die naar eigen interpretatie geschreven is.

Diana heeft een sterke cantustraditie, dus leek het ons gepast om dit werk hier op onze site aan te bieden (met toestemming van de auteur uiteraard).

De Cantus, of suggesties voor gereglementeerd zuipen én zingen

Door: Steven “Hermes” Scheldeman

Zoals sommigen onder jullie weten is dit de herwerkte versie van mijn eerste beschouwing:”De Cantus, of suggesties voor gereglementeerd zuipen”. Die versie is ondertussen weer 10 jaar oud, en het was nodig dat ze aangepast werd. Niet alleen tijden veranderen, ook cantussen. Dit zijn dus een aantal bemerkingen die ik al een tijd geleden op papier heb gezet, aangevuld met opmerkingen die vandaag extra van toepassing zijn, allemaal met betrekking op het houden van een cantus (Evident gezien de titel – grijns). Ik moet er van het begin af aan bij vertellen dat er meer dan één manier bestaat om een cantus te houden; er bestaat geen exacte succesformule. Het enige dat ik kan zeggen op voorhand is dat elke cantus anders is, dat dat geen afschrikking mag zijn en dat als je er geen zin in hebt, je er niet aan moet beginnen. De stemming van de praeses beïnvloedt enorm de stemming van de corona.

  1. De Codex en de Regels
  2. De Organisatie
  3. Het gebruik van een Pro-Senior
  4. De Schachtentafel
  5. De Schachtenmeester
  6. De opstelling van de Tafels
  7. Drinken en Dronkenschap
  8. Formuleringen, Gebruiken en Uitspraken
  9. Straffen
  10. Soorten Straffen
  11. Bezoekende Club
  12. Praktische Dingetjes

De Codex en de Regels

Tien jaar terug schreef ik: “Eerst en vooral: Schaf jezelf een codex aan en lees de blauwe bladzijden. Het is echt niet noodzakelijk om elke regel van buiten te kennen, maar je mag nooit vergeten dat je nooit een spel kan spelen zonder de regels te kennen. Wanneer je die leest, zal je trouwens onmiddellijk merken dat niet elke regel van toepassing is op de cantus zoals jij die ziet. Maar je moet tenminste een idee hebben wat de regels inhouden, ook al is het enkel om de regel naast je neer te kunnen leggen.”. Helaas (grinnik) zijn de tijden veranderd. Ik heb heel bewust gekozen deze alinea te herhalen, want volgens mij ontstaan hier de grootste problemen. Sta me dus toe dit even te herwerken.

Eerst en vooral: Schaf jezelf een codex aan. Meer zelfs, schaf jezelf een codex aan die door de meeste gebruikt wordt, binnen jouw organisatie (of het nu Club, Kring of Vereniging is). Zo heeft het weinig zin als Praeses je cantus te baseren op de Zwarte Brusselse Codex als de rest van je Club of Kring de Groene Leuvense KVHV Codex gebruikt. Wil je voor je eigen collectie de verschillenden liederenboeken bezitten, schaf ze je dan gewoon aan, maar dring ze niet op aan de rest van je Club of Kring, tenzij die codex de standaard is. Maar wat dan met aanvullende boekjes? Eerlijk gezegd, zelfde regel. Sommige Clubs of Kringen geven een eigen collectie uit van liedjes, liedjes die ze zelf vaak zingen, of die zelf geschreven zijn. Er is niets mis mee die te gebruiken, zolang dat extra boekje de standaard is voor jouw Club of Kring.

En dat brengt ons bij de regels. Elke Codex heeft een eigen set van regels, de zogenaamde ‘Blauwe Bladzijden’ (of ze nu Groen, Zilver of Zwart zijn). Lees deze regels, lees deze regels opnieuw en ga bij jezelf even na of je ze min of meer kent. Ik bedoel niet dat ze je helemaal tot op de komma nauwkeurig moet van buiten kennen (ook al zou dat niet slecht zin als praeses), maar je moet wel de regels uit je standaard codex kennen. Indien nodig lees ze een derde, vijfde of twintigste keer.

En wat echt van belang is: je moet de regels begrijpen. Wat velen niet (meer) inzien, is dat elke regel een specifieke bedoeling heeft. Ik zal de eerste zijn om aan te geven dat het letterlijk opvolgen van elke regel, niet noodzakelijk bijdraagt tot een geslaagde cantus, maar ik kan wel meegeven dat het niet navolgen van de regels bijdraagt tot een niet geslaagde cantus. Helaas, driewerf helaas, je moet zelf nakijken welke regel wel van belang is en welke niet. Daarom ben ik geneigd om de volgende vuistregel mee te geven: indien je een regel niet begrijpt, of er gewoon het nut niet van inziet, laat de regel dan van kracht zijn. (Huh? Waarom?) Juist omdat je de regel niet vat, omdat je er het nut niet van inziet.

Een cantus is een spel met eigen spelregels. Je kan pas een eigen variant van het spel spelen, als je eerst het originele spel kent én weet hoe je het volgens de originele regels moet spelen. Dus, is er een regel die je niet begrijpt, of niet nuttig vindt, dan is de kans groot dat je het spel, de cantus, gaat veranderen op zo’n wijze dat je het niet kan inschatten.

En om even terug te komen op de keuze van de codex: gebruik de regels uit de codex die standaard is voor je eigen organisatie. Op die wijze is er geen discussie of discrepantie tussen jouw regels en de regels die je Club of Kring gewend zijn.

Terug naar boven

De Organisatie van een Cantus

Bij de organisatie van een cantus komt heel wat meer kijken dan je op het eerste gezicht zou zeggen, daarom is het van belang dat je als praeses één ding goed beseft: een cantus organiseer je nooit alleen.

Ik weet het, ik weet het: in de praktijk gebeurt dit wel regelmatig. Dikwijls is het de praeses die op z’n eentje de cantus ineensteekt, de volgorde van de liederen bepaalt, de zaal vastlegt, de affiches ontwerpt en uithangt, etc … Hou er echter rekening mee dat een cantus een Club- of Kringactiviteit is. Je mag dus een beroep doen op je volledige praesidium. Meer zelfs, het is ten zeerste aan te raden.

Over de specifieke taak van de schachtenmeester heb ik het later, maar hier wil ik even stilstaan bij de rest van het eigen praesidium. Zoals ik reeds eerder schreef: een cantus is een Club- of Kringactiviteit. Dit wil zeggen dat ook deze activiteit iets is waar je Club of Kring op wordt beoordeeld (soms zelfs veroordeeld – grijns). Voor de echt studentikoos actieve leden van je Club of Kring, is een cantus zelfs dé activiteit waar je op beoordeeld wordt.

Dit impliceert onmiddellijk het volgende: als je een cantus organiseert in naam van je eigen Club of Kring, zorg er dan voor dat je dat doet voor de eigen leden. Wil je een cantus organiseren voor anderen, vb. de oud-leden, de buitenlandse studenten, etc …, steek dan een cantus ineen op hun niveau, rekening houdend met hun kunnen én hun verwachtingen.

Steek nooit, ik herhaal, nooit een cantus ineen voor de bezoekende Clubs of Kringen, als je daardoor je eigen leden in de kou laat staan. Het is een cantus van jouw Club of Kring, en als de bezoekers zo’n cantus niet waarderen, staat het hun altijd vrij zich die avond ergens anders te amuseren.

Daarnaast zal je Club of Kring ook door buitenstaanders worden beoordeeld op het gedrag dat hun leden tijdens een cantus tentoon spreiden. Het spreekt vanzelf dat ik het hier niet heb over eventueel dronkenschap, of het zingen van schunnige versies, maar wel over hoe goed de leden van een Club of Kring de bevelen van de praeses opvolgen, en dit telt dubbel voor de eigen praesidiumleden.

Maak gebruik van je eigen praesidium: zij hebben zich geëngageerd om zich ten dienste van de Club of Kring te stellen gedurende dit jaar. Laat hen een voorbeeldfunctie uitoefenen, verspreidt hen over de hele corona (per twee of drie), straf hen als voorbeeld indien nodig, maar zorg ervoor dat zij weten (evident op voorhand) wat er van hen verwacht wordt. Je kan moeilijk verwachten dat ze zich gedragen zoals jij graag hebt, als zij je verwachtingen niet eens kennen.

Aan de andere kant, verplicht hen niet om aanwezig te zijn. Ik kan me goed voorstellen dat er praesidiumleden zijn die helemaal niet geïnteresseerd zijn in het bijwonen van een cantus. Dwing hen dan niet aanwezig te zijn: ze zullen de regels misschien niet kennen, het zal hun niet kunnen boeien en ze zullen eerder storend zijn door hun desinteresse, dan dat ze een positieve bijdrage zullen leveren. Komen ze echter opdagen, onderwerp hen dan maar aan de hoogste eisen van gedrag.

Daarnaast moet je kunnen steunen op je praesidium bij verschillende (delicate) taken: het helpen controleren van een cantus, het buitenzetten van ongewenste individuen, het helpen tappen tijdens stille momenten of na de ontgroening, het innen van de inkom, etc….

Speciaal voor de praesidiumleden die geen praeses of schachtenmeester zijn: sta jullie praeses én schachtenmeester bij. Je hebt ervoor gekozen om samen in het praesidium te zitten, om samen er een goed jaar van te maken, verpest door je eigen gedrag dan niet de cantussen van je Club of Kring. Heb je een functie die niet echt noodzakelijk is op een cantus én een cantus interesseert je geen zier, blijf dan thuis, of ga op café. Ga je om te zuipen naar een cantus, zorg dan dat je, zelfs al ben je strontzat, toch nog de regels kent en volgt. En dit geldt dubbel voor oud-praesidia (dikke grijns).

Natuurlijk zijn er ook praktische kanten aan de organisatie van een cantus. Kies een geschikte zaal: verwacht je honderd man, zoek dan een zaal waar die honderd comfortabel binnen kunnen. Verwacht je tien man, gebruik dan een zaal waar die niet in verloren lopen.

Tracht een zaal met een tap te vinden; da’s niet echt noodzakelijk, maar altijd handig. Gebruik je flessen, zorg dan dat je ze koel kan houden (een grote frigo, een badkuip gevuld met ijs, etc…).

Bepaal de prijs voor leden en bezoekers, en controleer wie wat is. Vooral bij Kringen kan dit soms tot zeer rare resultaten leiden, daarom een gouden raad. Beschouw enkel de leden van je Kring (of Club) die een geldige (geldig in dat jaar, natuurlijk) lidkaart hebben (of op de rol van dat jaar staan geschreven), als leden die een eventuele verminderde prijs krijgen. Geef je dezelfde prijs aan bevriende Kringen (of Clubs), zorg er dan voor dat je of de lidkaart controleert, of je iemand aan de kassa hebt staan die weet wie lid is en wie niet. Zorg er ook voor dat een lijst van deze Kringen en Clubs ter beschikking staat van de mensen die op dat moment aan de kassa zitten.

En dan nu twee moeilijke zaken: ten eerste, begin een cantus altijd op het aangekondigde uur. In het begin gaat dat wat problemen geven (mensen die zo gewend zijn dat een cantus toch niet op tijd begint, dat ze altijd later komen), maar eenmaal het geweten is dat jullie stipt beginnen, zal dit het verloop van de cantus alleen maar ten goede komen. Natuurlijk kan je dan ook best (zeker in het begin) een permanente kassa hebben staan voor de laatkomers. O ja, en bestraf te laat komen (grijns).

Het ander moeilijk punt hangt nauw samen met het feit dat een cantus een activiteit is van je eigen Club of Kring. Zorg ervoor dat de leden van de eigen Kring of Club die op tijd zijn, een zitplaats hebben. Al moet je de mensen in twee schiften laten binnen komen, de eigen leden in de eerste en de bezoekers in de tweede. Ik besef dat dit soms wat moeilijkheden kan veroorzaken (“Maar mijn lief zit bij die andere Kring en wij wouden gebruik maken van het excuus van een cantus om onder het mom van zattigheid, elkaar te bepotelen”), wees dus enigszins soepel, maar geef voorrang aan je eigen leden.

Wil dat zeggen dat er niet genoeg plaats is voor iedereen die komt opdagen, bedank dan een gedeelte van de bezoekers voor hun opkomst en steun, maar wijs hen erop dat er helaas niet genoeg plaats is. Liever dat dan als vissen opeen gepakt te zitten, want ook dat komt de cantus niet ten goede. (Natuurlijk zal dit op tijd komen stimuleren, want eenmaal de cantus begonnen, is het ieder voor zich en de praeses voor ons allen – grijns.)

Terug naar boven

Het gebruik van een Pro-Senior en/of Cantor

Dit gedeelte is gewijd aan het eventueel niet zelf voorzitten van een cantus. Menig praeses is een excellent ‘leider’ van de studentenclub of -vereniging, maar is daarom niet de meest geschikte persoon om een cantus voor te zitten. Het kan ook zijn dat je gewoon eens zonder stem zit, of gewoon ziek bent. Het staat je dan ook altijd vrij om iemand aan te duiden om een cantus voor te zitten in jouw plaats. Hou dan echter rekening met de volgende zaken.

Eerst en vooral een kleine definitie. Een Pro-senior is niet alleen een voormalig senior van je Club of Kring, maar ook de persoon die in naam van een praeses het gezag draagt op een clubactiviteit (soms zijn beide betekenissen van toepassing – grinnik). Een Cantor is dan weer iemand die tijdens een cantus de liederen aanleert of inzet, maar verder geen gezag heeft. Jullie snappen dat er eventueel verwarring zou kunnen ontstaan, moest ik deze definities niet geven. Bij sommige Kringen en Clubs gebruiken ze namelijk de term Cantor om een Pro-senior (tweede betekenis, evident) aan te duiden. Als ik het hier heb over Cantor, bedoel ik dus alleen de persoon die de liedjes voorzingt of aanleert.

Ben je van plan om zelf geen cantussen voor te zitten en een permanente pro-senior te gebruiken, bereid de cantus dan samen met hem voor. Dit heeft verschillende voordelen. Ten eerste weet je zelf wat er zal gebeuren tijdens de cantus, welke liederen zullen gezongen worden, en kan je – ook al zit je hem zelf niet voor – toch een beetje je eigen stempel op een cantus drukken.

Ten tweede laat je zien dat je de pro-senior vertrouwt. Je zou namelijk net zo goed zelf de cantus kunnen voorbereiden en het geheel in de schoot van je pro-senior kunnen werpen aan ’t begin van de cantus. Wat niet echt bevorderlijk is voor de samenwerking (grijns).

Ten derde een voordeel dat vooral duidelijk wordt als je de eigen cantussen niet voorzit uit gebrek aan ervaring. Je kan zelf ook iets leren tijdens de voorbereiding van de cantus, vooral als je een meer ervaren pro-senior gebruikt. Zo’n pro-senior hoeft trouwens geen lid te zijn van de Club of Kring zelf; hij moet alleen maar capabel zijn in jouw ogen.

Je kan natuurlijk altijd een rondgeven van het pro-seniorschap doorvoeren. Je duidt coronaleden aan om een gedeelte van de cantus ‘à l’improviste’ te leiden. Dit kan een aangename afwisseling van het cantus-gebeuren geven, zeker als je ook andere schachten en schachtenmeesters aanduidt. Doe jezelf echter een plezier, doe dit alleen als je zelf normaal je cantussen voorzit, of als je gebruikelijke pro-senior hier akkoord mee is. Uiteindelijk is het diegene die normaal de cantus voorzit die het gezag zal moeten overnemen indien het uit de hand loopt, of bij het stille gedeelte.

Wat echter heel belangrijk is dat iedereen goed beseft dat er maar één praeses is, én dat jij dat bent. Alle anderen zijn slechts pro-senior. Hiermee bedoel ik het volgende: als ’t puntje bij ’t paaltje komt, blijf jij als praeses verantwoordelijk voor het goed verlopen van jullie activiteiten. Zorg er dan ook voor dat iedereen altijd beseft dat jij het laatste woord hebt op de activiteiten. Je hebt de macht van een praeses en daar komt aardig wat verantwoordelijkheid bij kijken, maar als je toch de verantwoordelijke moet zijn, wees dan ook niet bang die macht te gebruiken. En hierbij zijn de uiterlijke blijken van die macht een grote hulp om anderen te laten beseffen wie altijd het laatste woord heeft.

Laat de cantus beginnen met het zingen van het ‘Io Vivat’ terwijl jij als praeses binnen komt. Zit je de cantus zelf voor, vraag dan aan je vice-praeses of een ander lid van je hoog-praesidium om dit te laten inzetten. Gebruik hiervoor een uitdrukking in de trend van:”Bij het binnenkomen van onze praeses, heffen wij rechtstaande het ‘Io Vivat’ aan”. Hierbij moet de bladzijde niet afgeroepen te worden. (Daar is geen nood aan, want dit is een lied dat iedereen toch uit het hoofd dient te kennen.)

Hef zelf het Club- of Kringlied aan, en de heildronk op de Club (ook gekend als de ‘Salamander’), draag iedere cantus opnieuw het commando over aan de pro-senior en zorg ervoor dat je zelf elk ritueel lied (Oude roldersklacht, Het ruiterslied, …) inzet. Bij het rondgeven van het pro-seniorschap, zorg ervoor dat jij iedere keer zelf het commando terug overneemt (en terug krijgt – grijns) voor je het opnieuw doorgeeft. En probeer, tenzij het echt niet anders kan, het stille gedeelte van een cantus altijd zelf te leiden. (Dan kan je ook zelf de cantus afsluiten.)

Het is vanzelfsprekend dat je tijdens de cantus een gedeelte van de macht afgeeft aan de pro-senior. Hoe kan hij of zij anders ooit serieus een cantus voorzitten? Maar zelfs op het moment dat hij de macht heeft over de cantus, moet de pro-senior beseffen, dat jij als praeses, de macht hebt over hem.

Twee dingen mag je echter nooit toelaten. Enkel jij, als praeses, kan iemand laten verwijderen van de cantus. Volg hier eventueel wel het aangeven van je pro-senior in. Wil hij of zij iemand verwijderen, volg hem dan hierin, maar doe het zelf. Laat een pro-senior niemand buiten zetten. Aan de andere kant, besef ook dat indien jij, als praeses, vindt dat iemand niet moet buiten gezet worden, je ook bereid moet zijn om de rest van de cantus zelf voor te zitten. Door de vraag van een pro-senior om iemand te verwijderen van de cantus naast je neer te leggen, kan je zijn gezag ernstig ondermijnen (toch voor die cantus). Nu, als je een vaste pro-senior gebruikt, zullen jullie wel rap genoeg op elkaar ingespeeld zijn om dergelijke misverstanden te voorkomen.

Daarnaast mag je ook niet toestaan dat een pro-senior bezoekende praesides uitkaffert. Hij mag ze straffen, toedrinken, liederen laten inzetten, kortom behandelen als elk ander lid van de corona (zie trouwens hoofdstuk elf), maar hij mag ze nooit verwijten, beledigingen naar het hoofd smijten of afbekken. Ook zij blijven immers altijd praeses van hun Club of Kring en verdienen alleen al uit hoofde van hun functie, het nodige respect. Storen ze jou, als praeses, bedank hen dan vriendelijk voor hun komst, en vraag hen beleefd om door te gaan.

Soms kan je ook trachten te vermijden dat een pro-senior jouw praesidiumleden uitkaffert, maar dat is meestal enkel van belang indien je een pro-senior gebruikt die van buiten de Club of Kring komt. Is het een lid van de eigen Club of Kring, wel, dan moet de rest van je praesidium zich maar gedragen (grijns).

Als je je aan deze regels houdt, dan blijf jij de praeses, zonder dat je door een gebrek aan ervaring of door een niet geschiktheid geen cantussen zou kunnen geven.

Een Cantor heeft normaal een totaal andere taak. Zijn eerste taak (een soort van ‘huiswerk’) is het zelf leren van zoveel mogelijk (cantus) liederen, op welke wijze dan ook. Meestal kan je dit als cantor doen door zelf veel cantussen van andere Clubs en Kringen bij te wonen, cantorenconventen bij te wonen (of samen met je eigen Club of Kring te organiseren). Er zijn opnames van de liederen die je kan zoeken, er zijn partituren van liederen die je kan zoeken. Het is dan ook essentieel als cantor dat je een goed gehoor hebt, je een vaste stem hebt én juist kan zingen.

De tweede taak van een cantor – en meteen de taak die de rest van de Club of Kring het meeste bijstaat – is het aanleren van liederen op een cantus. Tijdens het aan te leren lied geef je de cantor dan ook het gezag om de corona te bevelen, zolang de bevelen maar betrekking hebben op het aanleren van dat lied.

Daarnaast kan je ook altijd beroep doen op de cantor om een lied in te zetten (al dan niet alleen). Evident dat dit niet noodzakelijk is bij elk lied. Meer zelfs, indien je elk lied laat inzetten door een cantor, kan dit ook de sfeer op een cantus verpesten.

Ook de schachtenmeester moet een beroep kunnen doen op de cantor om tijdens een schachtenconvent, de schachten de basisliederen bij te brengen.

Toch wil ik dit gedeelte niet beëindigen zonder het volgende mee te geven: het is geen schande de eigen cantussen niet zelf voor te zitten, maar geef het – ook al is het in beperkte groep – minstens één keer een kans. Je weet nooit dat je een natuurtalent bent.

Terug naar boven

De Schachtentafel op een Cantus

Waar jij als praeses, heer en meester bent over de cantus, is de schachtenmeester als het ware je ‘leenheer’ die heer en meester is over de schachtentafel én iedereen die eraan plaats neemt. Dit houdt in dat je de schachtenmeester moet vertrouwen dat hij zijn of haar werk goed zal doen. Tracht dan ook de schachtenmeester niet teveel serieus op de vingers te tikken. (Plagend kan natuurlij wel – grijns). Wijs je hem of haar echter constant terecht, dan ondermijn je het gezag van de schachtenmeester, en dat leidt alleen maar tot problemen. Of de schachten respecteren hem niet langer en werken hem tegen, of je creëert een wrevel bij de schachten omdat je hun schachtenmeester belachelijk maakt. Geen van beide zijn ideale situaties.

Vind je op een zeker moment dat de schachtenmeester het echt niet langer goed doet, vraag je dan eerst af of dit een toevallig iets is, of iets wat altijd zal voorvallen met die bepaalde schachtenmeester. Is het een toevallig iets (hij is ziek, heeft liefdesverdriet, etc…), kondig een colloquium af, ga tot bij hem, bespreek het even en laat hem zelf een vervanger aanduiden, waarop hij de cantus verlaat. Is het echter een structureel probleem, los het dan ook structureel op. Vervang de schachtenmeester voor de rest van het jaar, indien nodig.

Als we echter even incompetente schachtenmeesters buiten beschouwing laten, geef de schachtenmeester dan ook de vrije hand over de schachtentafel, de absolute vrije hand. Hij mag zijn schachten straffen, bier impotent verklaren, zelfs ex sturen. Hij mag dit doen zolang dit de cantus niet verstoort.

Negeer dus zoveel mogelijk alles wat er aan de schachtentafel gebeurt, tenzij je echt niet anders kan. Oordeel ook altijd zelf of de schachtentafel niet langer te controleren valt. De leden van de corona vinden altijd dat de schachtentafel niet in orde is, maar in principe is de schachtentafel ‘beneden de waardigheid van de corona’. Hebben de coronaleden constant commentaar op de schachtentafel, wijs ze er dan op dat het ‘maar’ schachten zijn. Blijven ze vitten omwille van het vitten, stel dan voor dat ze gewoon plaats nemen aan de schachtentafel en op die wijze aan de schachten ‘tonen hoe een schacht zich correct gedraagt’. Ze moeten dan wel gehoorzamen aan de schachtenmeester (grijns).

Dit wil natuurlijk niet zeggen, dat er geen goedaardig geplaag mag plaatsvinden. Het straffen van de schachtenmeester, met mate, omdat de schachten gebeurlijke fouten begaan, kan ook een educatie zijn, en een band scheppen tussen schachten en schachtenmeester. Besef wel dat jij alleen diegene bent die altijd bepaalt hoever zoiets kan en mag gaan.

Zitten de coronaleden rechtstreeks te vitten op de schachten, sta de schachtenmeester dan toe te beslissen wanneer dit te ver gaat. Spreek een teken af waarmee hij je te kennen kan geven dat hij het woord écht zou moeten krijgen, ter bescherming van de schachten. Laat hem de coronaleden erop wijzen dat de schachten onder zijn bescherming vallen. Uiteindelijk is hij diegene die erop moet toezien dat de schachten kunnen uitgroeien tot volwaardige coronaleden.

Een schachtenmeester kan ook altijd om assistentie vragen aan de praeses. Dan kan jij hem één of meerdere coronaleden laten uitkiezen om hem te helpen de schachten te begeleiden. Zorg er dan wel voor de personen die hij uitkiest, coronaleden met ervaring zijn en dat het lawaai niet uit de hand loopt.

Wanneer je de vrije hand geeft aan de schachtenmeester, zorg ervoor dat hij goed begrijpt dat zijn voornaamste taak erin bestaat de schachten op te leiden tot volwaardige leden van de club, niet om hen te straffen. Om mee te beginnen stoort het straffen van schachten de rest van de cantus (zeker als dit publiekelijk, in de kan, gebeurt), en ten tweede kan hij uiteindelijk toch niet echt verplichtingen opleggen. Er is niets zo storend als een schachtenmeester die zijn gezag kwijt is omdat hij teveel heeft gestraft.

Aan de andere kant moet je hem wel hier en daar een voorbeeld laten stellen, publiekelijk. Hij kan echter altijd in stilte verschillende van zijn schachten bierimpotent laten verklaren, naar de W.C. laten gaan, een ad fundum laten drinken enz. Het is wel eens leuk als hij heel officieel om toestemming vraagt, maar constant is storend. Let er trouwens wel op dat de leden van de corona niet zomaar naar het toilet gaan, als ze zien dat de schachten dat mogen van de schachtenmeester. De rest van de corona moet nog steeds aan de senior toestemming vragen.

Eén ding kan een schachtenmeester echter beter niet zomaar doen: iemand aan zijn tafel ex sturen. Als het geen schacht is, mag hij het helemaal niet (ook al zit die persoon aan de schachtentafel), maar zelfs bij het ex sturen van een schacht, vraagt hij beter toestemming aan de senior. Natuurlijk raad ik je aan om op zo’n moment, iedere keer dat hij zoiets aanvraagt, het toe te staan. Het is onmogelijk om alles in het oog te houden, en als je van je schachtenmeester op aan kan, is dat al een hele tafel waar je je niet om hoeft te bekommeren.

Waar je wat betreft de schachtentafel wel op moet staan, is het uitvoeren van de geijkte tradities: het afroepen van de pagina’s, de formaliteiten (“Prosit Hoog Praesidium, prosit meester, prosit corona”) en het feit dat geen van de schachten iemand van buiten de schachten tafel kan aanspreken of toedrinken. Kortom, plaats ze “buiten” de corona, voornamelijk ter hunner bescherming.

Terug naar boven

De Schachtenmeester: Heer aan eigen Tafel

Dit gedeelte is speciaal voor de schachtenmeester geschreven, aangezien hij of zij samen met de praeses de cantus maakt of kraakt. Ik besef dat veel hiervan reeds eerder op één of andere wijze aan bod is gekomen, maar hier tracht ik het even te beschrijven vanuit het standpunt van een schachtenmeester. Alles nog eens goed en duidelijk herhalen kan immers nooit kwaad.

Best van al tracht je als schachtenmeester een schachtenconvent te organiseren, voor je de eerste cantus plaatsvindt waar zowel schachten als ouderejaars aanwezig zijn. Een schachtenconvent geeft je de vrijheid om in alle rust de regels van een cantus uit te leggen, het club- of kringlied aan te leren, andere liederen eens door te nemen, én je schachten te leren kennen. Op zo’n schachtenconvent kan je, naast jezelf en de schachten (evident), ook de cantor uitnodigen. Deze kan je dan bijstaan om de liedjes aan te leren. Zorg er echter voor date cantor wel beseft dat jij, als schachtenmeester, het laatste woord hebt op een schachtenconvent. Het is nogal storend als jij en de cantor elkaar tegenspreken; schachten zouden wel eens kunnen verward raken (grinnik). Best van al als jij je bezig houdt met de regels, hoe zich te gedragen en de cantor zich enkel iets aantrekt van de liederen.

Het is minder interessant dat de praeses of een ander lid van het praesidium aanwezig is op zo’n schachtenconvent. De praeses vanwege het feit dat hij of zij altijd en overal je meerdere is. Jij kan hem of haar het zwijgen niet opleggen, en zijn of haar bevelen gaan altijd boven die van jou. Daarom zou het eigenlijk wel eens een verkeerd effect kunnen hebben indien hij of zij aanwezig is op een schachtenconvent.

De andere leden van het praesidium kunnen storend zijn, indien je met hen geen goede afspraken hebt gemaakt over wat hun taak eventueel is op zo’n schachtenconvent: helpen met de regels uit te leggen, liederen aanleren, … . Er is niets mis mee dat ze er bij aanwezig zijn, maar zorg dat je goede afspraken hebt gemaakt, op voorhand (grijns).

Wat een cantus ook altijd ten goede komt, is als de schachten een peter of meter hebben. Hiermee bedoel ik een ouderejaars van de Club of Kring, die zich persoonlijk engageert om een schacht bij te staan. Natuurlijk wil dat wel zeggen dat je als schachtenmeester, in samenspraak met de rest van het praesidium natuurlijk, ook een peter en meter avond moet organiseren waarop bepaald wordt welke schacht aan welke peter of meter wordt gekoppeld (al dan niet letterlijk). Je kan dan achteraf nog enkele activiteiten organiseren waar schachten en hun peters of meters aan deelnemen. Maar daar gaat het hier niet over. Een goede peter en meter, kan eventueel tijdens tempussen zijn pete- /metekind aanspreken om hem of haar wat te helpen, moesten ze het wat moeilijk hebben op een cantus, daar gaat het om.

Laat ons echter even terugkomen op je taak als schachtenmeester op een cantus. Eerst en vooral, net zoals dit voor de praeses geldt, geldt dit voor jou. Zorg ervoor dat je nooit zelf zat bent, wanneer je met je schachten op een cantus bent. Zelfs al is dit niet je eigen cantus. Wanneer je zat bent, maak je immers fouten, ook al doe je nog zo je best dat niet te doen. De schachten moeten weten dat ze altijd op jou kunnen terugvallen als ze in moeilijkheden verkeren, dat er iemand is die hen zal bijstaan, er zal voor zorgen dat ze niet zat in een wagen kruipen of veilig terug op kot geraken. Jij bent immers als schachtenmeester niet alleen diegene die hen dient op te leiden, maar hen ook moet begeleiden.

Ten tweede hang niet “den Groten” uit. Als schachtenmeester ben je inderdaad een belangrijk figuur op een cantus, en je hoeft je niet te schamen voor je functie, of je weg te steken. Waar het de schachten betreft, ben je al “het gezag”, en op een cantus, zeker die van de eigen Club of Kring, moet je je voornamelijk met hen bezighouden. Daarenboven ervaart menig volleerd cantus-ganger, het straffen van schachten als een soort aanstellerij. Er is niets mis met het straffen van schachten, begrijp me niet verkeerd, maar dat kan heel vaak gewoon kalm aan de schachtentafel afgehandeld worden. Het spreekt vanzelf dat op een doop- of ontgroeningscantus, je heel wat meer aandacht op de schachten mag laten vestigen; deze cantussen draaien juist rond de schachten. Maar tracht buiten deze twee cantussen zo weinig mogelijk straffen over de schachten uit te roepen, waar de cantus voor stil gelegd moet worden.

En ten derde: vergeet nooit dat jij zelf ook nog steeds een praesidium lid bent en dat je dus naar je praeses moet luisteren en met hem samenwerken. Laat de macht die je hebt over de schachtentafel, niet naar je hoofd stijgen. Wees attent op de bevelen van de praeses, en volg ze op.

Als schachtenmeester mag je nooit vergeten dat het je hoofdtaak is om alle schachten en eerstejaars op te leiden tot volwaardige leden van de club. Het vernederen van schachten heeft maar één doel en dat is ze het gevoel geven dat ze hun lidmaatschap verdiend hebben. Wanneer je dus je boekje te buiten gaat, zorg je er alleen maar voor dat je ofwel clubleden wegjaagt, of slechte clubleden kweekt. Aan jou de keuze.

Op de cantus zelf moet je de schachtentafel te allen tijde overzichtelijk kunnen beheersen. Zorg ervoor dat je de gehele tafel kan aanspreken zonder dat jij je stem hoeft te verheffen. Zet je dus in het midden, en niet aan het uiteinde. Op die wijze maak je duidelijk dat je er bent voor de schachten én kan geen enkele van hen het beest uithangen zonder dat je het gezien hebt.

Zorg ervoor dat ze drinken naar hun eigen kunnen en vermogen. Het mag misschien heel leuk zijn om een schacht strontzat te voeren, maar het stoort. Schachten hebben nog niet de automatismen noodzakelijk om mee te doen aan een cantus ook al zijn ze “poepeloere” zat. Ze zullen dat wel leren in de loop van hun schachtenjaar, maar zeker in het begin, laat hen niet te ver gaan. Vergeet immers niet dat je een slechte schachtenmeester zou zijn, indien door jou toedoen je schachten zat achter het stuur kruipen, of zat in de goot belanden. Daarnaast zou het niet de eerste keer zijn dat een schacht, onder invloed van drank, in het bed beland van een minder gewetensvolle ouderejaars. Jij moet zelf weten of jij mee wil werken aan dat genre van aanranding.

Als schachtenmeester, en indien je een goede praeses hebt, ben je heer en meester aan de schachtentafel. In realiteit kan je hen elke straf opleggen die je wilt, met uitzondering van het buiten zetten. Als je praeses een beetje iemand met karakter is, dan zal hij echter wel naar je luisteren, wanneer je vraagt om één van je schachten tijdelijk of voor de rest van de cantus aan de deur te zetten. Om zo’n goede verstandhouding met de praeses te ontwikkelen, zorg ervoor dat jullie op voorhand afspraken maken. Bereid samen met hem en de cantor de cantussen voor, weet wat de praeses van je verwacht en vertel hem je verwachtingen. Beter op voorhand tot een overeenkomst komen, dan tijdens een cantus een botsing te veroorzaken.

Wanneer je iemand straft, zorg er dan voor dat je weet welke straffen je de schacht gaat opleggen. Zorg dat je alles bij hebt, en dat de straffen niet te lang duren. Beperk ook het aantal openlijke straffen. Een paar zijn leuk, al was het maar om de schachten alle verschillende soorten ad fundi te leren kennen, maar normaal maken schachten zoveel fouten tegen de regels dat het toch niet haalbaar is om elke fout openbaar af te straffen.

Wijs hen op de fouten die ze maken. Je kan hen beter wijzen op het openliggen van hun codex, dan dat je het bier verspilt door het erover heen te smijten. Het is zelfs zo dat je het hen beter verbiedt bier over een open codex te gieten, want dat ontaard al gauw in het smijten met bier omwille van het smijten. Wil je sommigen echt straffen, duidt hen aan tot bierschacht, verklaar hen bierimpotent, laat hen achteraf de zaal helpen opkuisen. Zorg er gewoon voor dat de schachten niet in het oog springen van de ouderejaars.

Aan de andere kant moeten ze sommige dingen ook leren. In het begin van de cantus, mag je gerust heel officieel een “Peto tempus pro schacht…” aanvragen. Op die wijze zien ze dan of de praeses het hun al dan niet toestaat en wat ze ervoor moeten doen. Net zoals het “Peto verbum pro schacht…”

Sta de schachten niet toe om zich als volwaardig lid te gedragen. Geen van hen mag de corona spontaan aanspreken, laat staan het praesidium of de praeses. Geen van hen mag een lid van de corona toedrinken, geen van hen mag één van de grotere rituelen (vb. “Ave confrater”) aanheffen zonder jouw expliciete toestemming. Anderzijds sta hen eventueel wel toe hun eer te verdedigen door als ploeg aan vb. een estafette deel te nemen.

Tot slot moet ik je nog hierop wijzen: wees bereid om voor je schachten in de bres te springen. Echt grote lawaaimakers zoeken het, maar soms worden schachten geviseerd omdat ze schacht zijn. Op dat moment, namelijk het moment dat de praeses je oplegt om een straf te geven aan een schacht, een schacht die het in feite niet verdient (omdat hij of zij slechts een beginnersfoutje heeft gemaakt), leg dan de straf op, maar als schachtenmeester neem je die straf over en voer je die straf uit. Elke verstandige praeses zal je trouwens enkel in uiterste nood zoiets opleggen, want hij weet ook dat hij je niet te zat kan laten worden. Doe dit echter niet constant, want – behalve het feit dat je dan zeker en vast zat zal worden – geef je hiermee aan de praeses ook te kennen dat je niet akkoord gaat met zijn manier van de cantus te leiden. En aangezien ook de praeses onder tamelijk wat druk staat tijdens een cantus, zou dit wel eens kunnen ontaarden.

Terug naar boven

De opstelling van de Tafels Praktisch bekeken

Op veel cantussen wordt aan de opstelling van de tafels weinig of geen aandacht aan besteed. Toch kan de juiste opstelling van de tafels een wereld van verschil maken.

Zo moet je even blijven stilstaan bij de plaatsing van de schachtentafel. Dikwijls zie je (bij grotere cantussen) de schachtentafel in het midden staan. Dat dit het geval is bij een doopcantus of een ontgroeningscantus, daar heb ik alle begrip voor. Uiteindelijk draait het op zo’n cantus rond de schachten. Er is echter in mijn ogen, geen enkele reden waarom dit op elke cantus zo zou zijn.

De verleiding voor de corona om op de schachten te zitten kappen, wordt een heel pak groter als ze met hun gezicht op de schachtentafel gedrukt zitten. Haal de schachtentafel tussen de andere corona tafels weg, en de corona zal meer aandacht aan zichzelf geven.

Het is echter niet altijd even gemakkelijk om een goede opstelling van de schachtentafel te vinden. Een tafel evenwijdig aan de praesidiumtafel, maar aan de andere zijde van de zaal vind ik ideaal. Grootste nadeel hieraan is het feit dat een gedeelte van de schachten mogelijks met de rug naar ’t praesidium zitten. Grootste voordeel is dat de schachtenmeester, midden tussen de schachten kan zitten en niet verbannen is naar één uiteinde van de schachtentafel.

Wanneer je werkt met meerdere tafels die dwars op de praesidiumtafel staan – ik spreek hier over drie of meer coronatafels (schachtentafel niet meegerekend) – is het nooit een slecht idee om aan het eind van elke tafel een lid van het eigen praesidium te zetten. Deze kan dan aangeven waar er eventueel problemen ontstaan. Dit is zeker handig als beide zijden van elke tafel bezet zijn met coronaleden.

Wil je een “Kan” maken, probeer dan alle leden van de corona zo te zetten dat ze met hun gezicht naar de “Kan” toe zitten. Dit beperkt natuurlijk wel het aantal plaatsen. Hier wil dus nog eens extra benadrukken wat ik in ‘De Organisatie van een Cantus’ reeds gezegd heb: zoek een zaal die groot genoeg is voor je cantus! Desnoods creëer je een “Kan” door de twee buitenste tafels de volledige lengte van de zaal te laten beslaan, en de binnenste tafel(s) wat korter te maken.

Zorg er ook zoveel mogelijk voor dat er plaats is voor de schachten om het bier rond te dragen of de lege glazen op te halen. Zeker als je wil dat het vlotjes en rustig verloopt. Reken er niet op dat de coronaleden vlot en spontaan lege glazen doorgeven naar de tap toe, en volle glazen naar de rest van de corona toe. Het eerste vergeten ze, en het tweede doe ze alleen maar als ze vinden dat ze zelf genoeg bier bij zich hebben staan (grinnik). Een noodoplossing is het gebruik van kannen, bij grote cantussen waar het volk zeer dicht opeen zit. Dé oplossing is het gebruiken van een zaal die groot genoeg is om vlot bier te kunnen ronddragen.

Terug naar boven

Over het Drinken en de Dronkenschap

Zorg ervoor dat jij en je schachtenmeester, en liefst de rest van het praesidium ook, nooit ofte nimmer dronken zijn. Ik herhaal: nooit ofte nimmer dronken zijn.

Daar zijn heel wat redenen voor. Sta mij toe snel enkele aan te halen. Ten eerste ben jij als praeses van de organiserende Club of Kring (dikwijls hoofdelijk) verantwoordelijk als er iets gebeurt op je cantus. Dus beeld je even in dat er politie bij te pas moet komen en jij staat daar, strontzat, om een verklaring af te leggen. Hetzelfde geldt voor je praesidiumleden: als eventuele getuigen zijn ze zat, geen zier waard.

Een uitdrukking zegt: ‘Is de wijn in de man, dan is de wijsheid in de kan.’ Prent deze uitdrukking in je geheugen alsof je leven ervan af hangt. Onder invloed van alcohol vervagen alle grenzen. Racisme, seksisme, aanranding, geweld worden allemaal aanvaardbaar bij velen die zat zijn. Zorg ervoor dat jij dat nooit als aanvaardbaar ziet. Daarnaast kan je zelf ook nog eens situaties minder correct en minder snel in schatten als je gedronken hebt. Een zatte praeses is als een speelbal van de rest van de corona.

Drink dus minder dan de rest. Gebruik elke truc die je ter beschikking staat. Zorg ervoor dat je twee glazen voor je hebt, een vol voor een ‘Ad libitum’, een halfvol voor een ‘Ad fundum’. Koop jezelf een stenen pint, zodat niemand ziet hoe vol die is. Verklaar jezelf bierimpotent, ga niet in op personen die je toedrinken, kortom zorg ervoor dat je niet dronken bent.

Als praeses heb jij gelukkig het voorrecht dat je elke heildronk kan weigeren, maar de rest van het praesidium kan dit niet, dus sta hen wat bij. Zij kunnen namelijk gemakkelijk het slachtoffer worden als er coronaleden zijn die, gefrustreerd omdat ze jou niet zat krijgen, zich dan maar wendt tot andere praesidiumleden.

In de regels van de Leuvense Codex staat dat je met alle tot je macht ter beschikking staande middelen, dronkenschap moet trachten te voorkomen. Deze regel is zo belangrijk omdat de meeste coronaleden juist komen om goedkoop te zuipen. Weet dat deze regel altijd voor jou van toepassing is. Er wordt letterlijk naar de praeses verwezen, niet naar de senior. Dus bij elke Club- of Kringavond ben jij, als praeses, diegene die er moet op toe zien dat niemand te ver gaat. Ook al zou je op dat ogenblik ‘Schacht ad Interim’ zijn.

Iemand die dronken is heeft gewoonlijk nauwelijks nog controle over zijn gedrag. Tracht er dus naar te streven dat iedereen rap ‘vrolijk’ is, zonder echter vergiftigd, aka zat, te zijn. Hoe? Simpel, zorg ervoor dat je na het ‘Io vivat’, het clublied en het eerste daarop volgende lied een ‘Ad fundum’ geeft. Op die wijze is de maag van bijna alle aanwezigen meteen vol, hebben ze minder nood aan drinken en voelen ze toch al snel de alcohol. Ze zijn dus ‘zat’ zonder echt de controle te verliezen. Natuurlijk kan je dit alleen maar als de coronaleden elk drankbevel, ook de algemene, moeten opvolgen. Daarnaast moet je dit ook goed afspreken met de schachtenmeester en de schachten, zodat onmiddellijk de glazen kunnen gevuld worden.

Tracht het de leden van de Corona duidelijk te maken dat schachten toedrinken, getuigt van onkunde. Laat ze wel toe om de schachtenmeester toe te drinken. Een schacht mag namelijk niet weigeren en het is de taak van de schachtenmeester om hen te beschermen.

Een schachtenmeester kan echter een heildronk niet overnemen. Een heildronk is namelijk persoonlijk. Eventueel kan je het de schachtenmeester toestaan om te beoordelen welke van zijn schachten hij laat toedrinken, en welke niet. Dit kan hij doen door het bevel ‘Satis’ te gebruiken tijdens het drinken (naar de schacht toe, natuurlijk – grijns), of door de schachten goed voor te bereiden op toegedronken worden. Een persoon die wordt toe gedronken, moet immers maar evenveel slokken nemen als hij of zij die hem toedrinkt. En niets zegt dat die slokken even groot moeten zijn.

Je mag echter nooit vergeten dat toegedronken worden een eer is. Vrij vertaald, wanneer een schacht net iets fantastisch gedaan heeft vb. een ludieke redevoering, een gedicht, een lied gezongen, dan kan je hem belonen door hem te laten toedrinken, als er iemand in de corona dit spontaan doet, maar maak er een regel van dat je het anders niet toestaat. En sta je het soms wel en soms niet toe, spreek dan ook een signaal met de schachtenmeester af, die duidelijk maakt dat deze heildronk gebeurt met jouw toestemming. Anders zou je wel eens in aanvaring met je schachtenmeester kunnen komen.

De schachten mogen elkaar natuurlijk wel toedrinken, maar ze mogen daar de corona niet mee storen. Laat ze dus toestemming vragen aan de schachtenmeester en regel het zo dat ze elkaar slechts toedrinken terwijl de andere leden van de corona dat ook doen. Heb je een zeer strikte cantus, een cantus die zo nauw zoveel mogelijk regels gebruikt, dan is dit zelden een probleem, want in de regels staat duidelijk wie wie mag toedrinken, en wanneer. Is je cantus echter losser, vergeet dan niet aan het begin van je cantus te vermelden wanneer jij heildronken toestaat.

Terug naar boven

Typisch voor een Cantus: Formuleringen, Gebruiken en Uitspraken

Eén van de typische zaken aan een cantus, en persoonlijk vind ik dat ook één van de leukste dingen, is dat er rituele uitspraken en gebruiken zijn. Hou deze uitspraken in ere. Ik zie hier al heel wat huidige cantusganger een wenkbrauw optrekken. Ja, ik meen het. Hou deze rituele uitspraken in ere. Waarom in Godsnaam? Wel, omdat het enerzijds een typisch cantus iets is, maar voornamelijk omdat het structuur geeft en je een extra middel geeft om de cantus te leiden.

Wil iemand het woord, dat hij of zij dan het ‘Senior, peto verbum;’ gebruikt. Voor de schachten, evident, ‘Meester, peto verbum’. Dat ze eventueel met de handen een ‘V’ maken, mag, maar dat alleen is niet voldoende. Ze moeten de woorden zeggen, en luid genoeg dat jij ze aan het ene uiteinde van de zaal, gehoord hebt. Enerzijds weet je dan dat ze het volume hebben om inderdaad een redevoering te geven die voor iedereen van de zaal verstaanbaar zal zijn, maar anderzijds is de zaal hiermee ook gewaarschuwd dat er een redevoering zal komen … als jij het tenminste toestaat. Antwoord zelf dan ook altijd, luid en duidelijk, met de woorden ‘Habes’ of ‘Non habes’.

Bijkomend iets: reageer niet op de vraag naar een verbum van een schacht, tenzij de schachtenmeester je met de juiste woorden heeft aangesproken: ‘Hoog Praesidium, peto verbum pro schacht …’. Geef ook altijd de juiste reactie: ‘Habet’ of ‘Non Habet’ als het over schachten gaat.

Sta nooit toe dat iemand zomaar een redevoering afsteekt, zonder dat jij hem of haar de toestemming hebt gegeven. Bedenk ook dat een redevoering nooit gedaan is, tenzij dat de redenaar van ’t moment zijn redevoering afsluit met het woord ‘Dixi’. Jij kan als praeses, natuurlijk altijd iemand in de rede vallen, vb om iemand er op te wijzen dat hij of zij het woord ‘Dixi’ nog moet uitspreken. Niemand anders echter mag dit doen. Willen ze commentaar leveren op hetgeen gezegd is, dat ze dan zelf maar het woord vragen.

Ik weet heel goed dat dit een heel moeilijk iets is. Wat doe je als de ene persoon de andere enkele vragen wil stellen? Wat doe je als in een volle zaal enkelen van achteraan in de zaal opmerkingen roepen? Dat is niet zomaar te zeggen, dat hangt echt af van het ene moment ten overstaan van het andere. Natuurlijk, zit je praesidium verspreid over de zaal, dan kan je altijd op hen een beroep doen om dit enigszins te in de gaten te houden. Het is echter niet altijd even simpel. Het helpt ook als je nooit een verbum verleent, tenzij de aanvrager ervan rechtstaat, tijdens het vragen. (Dan heb je ook een visuele hulp – grijns)

Ook het gebruik van ‘Peto Tempus’ voor iemand naar het toilet mag gaan, kan je beter blijven opleggen. Je hoeft hen natuurlijk niet iedere keer een opdracht laten uitvoeren, zeker naar het einde toe, maar af en toe mag wel. Zorg ervoor dat ook hier ze de woorden klaar en duidelijk uitspreken, sta het niet toe als ze een ‘Peto Tempus’ roepen, midden in een redevoering, en reageer niet op het teken (de handen in een ‘T’) alleen. Nu, in heel grote cantussen, kan je hier eventueel wel van afwijken, maar tracht dat zo weinig mogelijk te doen.

Beperk de verba, en straf niemand omdat ze iets vragen. Sta echter niet toe dat iemand een verbum gebruikt om iemand anders uit te schelden, en sta nooit toe dat ze elkaar in de rede vallen. Om iedereen echter de kans te geven genoeg tegen zijn buren te kunnen zeggen, gebruik een ‘colloquium’. Opnieuw: een ‘colloquium’ is niet evident op heel grote cantussen, wat je echter niet mag beletten het eens te proberen – grijns.

Aan de andere zijde zijn er ook een aantal zaken die van jou verwacht worden. Het bevel ‘Silentium’: gebruik dat alleen als je echt wil dat het stil wordt. Gebruik het zo weinig mogelijk, en als je het gebruikt probeer het te gebruiken zonder met je hamer te slaan. Eenmaal iedereen eraan gewend is dat het gebruik van de hamer inhoudt dat je geïrriteerd bent, dan zal je gezag voor jou werken. Wil je ze doen stoppen met het eindeloos herhalen van een refrein, wil je het volgende lied aanheffen, gebruik het ‘Prosit’: iedereen volgt het op en is meteen stil. Het gebruik van het ‘Prosit’ houdt trouwens niet in dat je iedere maal een ‘Ad fundum’ moet geven. ‘Eén vinger’, ‘Twee slokken’, ‘Een derde van je pint’ zijn allemaal aanvaardbare bevelen.

Zo zijn er nog een aantal bevelen: ‘(omnes) ad sedes’, ‘(omnes) surgite’, ‘Satis’, etc. Het is niet noodzakelijk deze bevelen constant te gebruiken. Aan de andere kant lenen ze wel een zeker cachet aan je cantus.

Bij het binnenkomen van een bezoekende Club of Kring, als hun huidige praeses erbij aanwezig is, hef je het ‘Io vivat’ aan. Uit beleefdheid kan je dit ook doen voor Pro-senioren van de eigen Club of Kring, zelfs van de bezoekende Club of Kring. Is er echter geen praeses (of pro-senior) bij aanwezig, dan behandel je ze gewoon als zijnde te laat (straf naar keuze grinnik) en verwelkom je ze daarna.

De enige die eventueel een kans maakt om jou te mogen toedrinken als praeses, is de praeses van een bezoekende Club of Kring, of een pro-senior. Gun hem die eer, maar hou het onder controle.

Terug naar boven

Straffen: een Delicate Zaak

Een zeer delicate zaak is het straffen. Vooral omdat er maar twee soorten straffen zijn: het buitenzetten, al dan niet voor beperkte duur, en het bierimpotent verklaren, al dan niet voor beperkte tijd. Al de rest is in feite geen straf, maar een soort beloning. Ik herhaal even: al de rest is een beloning.

Elke drankstraf die je uitdeelt, vormt een deel van het spel dat een cantus is. Cantusgangers zullen altijd proberen om de regels wat te verbuigen, en een drankstraf is de beloning ervoor. Een drankstraf komt neer op iets zeggen als: “Proficiat, het was een goede poging om iets te doen wat in feite niet mag, maar je bent gepakt.” Sommige mensen vragen immers om aandacht en je geeft ze die aandacht.

Zorg er wel altijd voor dat je de zogenaamde “straffen” (drank- en andere straffen) niet uit de hand laat lopen. Je mag de corona rustig suggesties laten doen, maar jij moet de uiteindelijke straf bepalen: geen beschadigingen aan eigendommen van de gestraften, geen verwondingen, en laat hen geen straffen uitvoeren waarvoor ze al te zat zijn.

Wanneer een bezoekende Club of Kring binnenkomt, duid hun praeses of één van hun praesidium leden erop dat je hen verantwoordelijk houdt voor het gedrag van hun leden. Dat wil zeggen dat je hun praeses een seintje geeft als je vindt dat die Club of Kring het te bont maakt. Hij of zij moet er dan maar voor zorgen dat ze rustig blijven. Ik ga hier dieper op in, in het hoofdstukje over bezoekende Clubs en Kringen.

Wees er niet bang voor om iemand effectief bierimpotent te verklaren, maar doe het ook niet te rap. Wees er ook niet bang voor om iemand buiten zetten, maar doe dit ook niet te rap. Ik hoor jullie al denken: gemakkelijk gezegd, maar wat is te rap? Wel, dat is inderdaad een schoolvoorbeeld van inschattingsvermogen. Je moet zelf een beetje gokken wanneer de tijd juist is. Reden te meer om zelf ook niet te veel te drinken, zodat je beoordelingsvermogen ongecompromitteerd blijft.

Hier moet ik drie dingen bij vermelden. Ten eerste: wees liever je eerste cantus iets te streng dan te laks. Het is veel eenvoudiger om als ‘Strenge Senior’ op een cantus wat milder te zijn, dan als ‘Lakse Senior’ op een andere cantus gezag uit te oefenen. Dit is trouwens ook van toepassing op een cantus zelf: zij die in het begin wat strikter zijn, kunnen het zich permitteren om later op de cantus wat gemoedelijker te zijn.

Ten tweede: zet een bezoekende Club of Kring altijd in zijn geheel buiten. Zorg ervoor dat de praeses weet dat ze of wel allemaal buiten vliegen, ofwel geen enkele en dat jij, en jij alleen, dat bepaalt. De uitzonderingen op deze regel zijn – evident – je eigen Club of Kring, en de ‘verbroederde’ Clubs of Kringen. Hen kan je gewoon behandelen als individuele leden van je corona. Het kan echter soms toch goed zijn ook hen in groep van een cantus te verwijderen, indien nodig. Tracht in dat geval echter altijd eerst diplomatisch op te treden.

En ten slotte, wees strenger op je eigen praesidium leden dan op de rest van de corona. Zij hebben een voorbeeldrol, en velen zullen hun gedrag min of meer afstemmen op het gedrag van je eigen praesidiumleden. Daarbij kan je hen op voorhand waarschuwen, en zouden zij je toch moeten ondersteunen. Doen ze dat niet, wel, dan dragen ze toch hun steentje bij aan de cantus door het gestraft worden.

Ik kan dit niet genoeg benadrukken: het is van ontzettend belang dat je eigen praesidiumleden naast je staan, je niet openlijk tegen spreken, je steunen op een cantus. Het praesidium moet aan één zeel trekken. Achteraf kunnen jullie nog altijd in de beslotenheid van een praesidium vergadering uitvechten wie er nu gelijk had, of niet.

Wees echter zelf ook attent op de gevoelens van je praesidiumleden. Het kan best zijn dat je vicepraeses of iemand anders van je praesidium, heel terecht iets wil opmerken. Spreek gewoon een signaal af, waarmee zij kenbaar kunnen maken dat er iets serieus aan de hand is.

En om het even wat er eventueel gezegd wordt – en er wordt veel gezegd op een cantus – hou altijd rekening met het volgende: het is dikwijls de alcohol die aan het spreken is.

Terug naar boven

Verschillende Soorten Straffen

Er zijn verschillende soorten straffen. Eerst en vooral hebben we de echte straffen. Iemand verwijderen van de Club- of Kringavond. Het is nooit aangenaam om tot zo’n straf over te gaan. Vind je het echter nodig om iemand te verwijderen, hou dan voet bij stuk. Desnoods verwijder je ze eerst voor een gedeelte van de avond, en pas in tweede instantie voor het hele gebeuren. Wees er ook op voorbereid dat er altijd gezaag over komt.

Er zal altijd iemand zijn die niet akkoord gaat met de beslissing een persoon, of een groep, te verwijderen van de Club- of Kring avond. In alle geval, eenmaal je deze straf hebt gegeven en laten uitvoeren, herneem dan de cantus. Je kan kort iets zeggen, maar blijf er niet te lang bij stilstaan en ga er zeker geen discussie over aan. Naderhand zal je daar nog genoeg gelegenheid toe krijgen – geloof me.

De enige andere echte straf, is het bierimpotent verklaren. Tegenwoordig kan je bijna spreken van het “drank-impotent” verklaren, gezien het feit velen eigen drank meebrengen dat geen bier is. Aan deze straf zijn enkele nadelen verbonden. Eerst en vooral heb je een aantal cantusgangers die geen alcohol drinken. Hun verbieden om nog te drinken is dus geen straf, of liever heeft op hen geen effect. Dit zal je op een andere wijze moeten opvangen, misschien door hen tijdelijk ex te sturen, of hen te waarschuwen.

Daarnaast moet je de straf ook kunnen doorvoeren. Als je iemand bierimpotent verklaart, dan moet je er ook op toezien dat die persoon geen bier meer kan drinken. Dit kan je oplossen door meteen een hele tafel bierimpotent te verklaren – nooit een populaire beslissing – of door een “bierimpotentie tafel” in te voeren. Een tafel die leeg is, behalve als er iemand bierimpotent wordt verklaard. Die moet daar dan plaats nemen, tot hij of zij terug bier mag drinken. Dit geeft een extra dimensie aan het bierimpotent zijn – een beetje als een klein kind in de hoek gezet worden – heel effectief soms.

Natuurlijk kan je de bierimpotentie verbinden aan een tijdsduur. Zorg er wel voor dat bij deze straf alle drank bij de gestrafte wordt weggenomen. Het zou anders wel eens geen zin kunnen hebben de straf uit te spreken.

Dan komen we bij de drankstraffen. Hou er rekening mee dat dit in feite beloningen zijn. Zelfs al leg je ze op om iemand even de mond te snoeren, zijn of haar aandacht te trekken of een lawaaierige tafel tot de orde te roepen. Samen met de estafetten, staan deze straffen leden van de corona toe om meer te drinken dan de anderen.

Sta erop dat ze nooit hun formaliteiten vergeten, maar beloon het vergeten van die formaliteiten niet met een extra ad fundum. Geef ze dan eerder een andere opdracht: het zingen van een lied, het maken van een versje, het bedienen van de praesidium tafel. Eventueel kan je vragen aan de schachtenmeester of hij even de schachten wil laten voordoen, in groep, hoe men de formaliteiten moet uitvoeren. Het is vrij vernederend als je dan aan het lid dat zijn formaliteiten vergeten is vraagt of hij het begrepen heeft. Voert hij zijn bijkomende straf goed uit, of begrijpt hij het, dan kan je hem “belonen” met een extra ad fundum. En zeg dit ook: “Het doet me deugd dat je het begrepen hebt. Als beloning mag je je glas ledigen op gepaste wijze.”

De verschillende soorten ad fundi zijn er om wat variatie te brengen: de Geelse, de Kongolese, de Australische, een snooker, een kangoeroe, ne soixante-neuf, een gestrekte, de vleermuis, wiegendood, etc. Zorg ervoor dat dit soort straffen eerder door de corona leden worden uitgevoerd dan door de schachten. Laat hen het maar leren door te kijken naar de andere leden van de corona. Uitzondering hierbij is op een schachtenconvent, een doopcantus of ontgroeningscantus.

Om het even hoe hard de corona ook aandringt, sta niet toe dat er ad fundi gedronken worden uit schoenen. Om mee te beginnen kun je zo schade berokken aan eigendom van anderen, en bovendien kun je er ernstig ziek van worden. Is het de traditie bij jouw Club of Kring om zoiets te doen, tja, dan kan je of de traditie veranderen, of zien dat je een proper paar schoenen hebt. Een ‘Cantus-zuip-uit-schoen-straf-schoen’, als het ware.

Verder heb je de “opdracht-straffen”: versjes, verhalen, zaken ophalen, kortom alles waarvan je denkt dat het ludiek is, zonder afbreuk te doen aan de cantus. Waar moet je bij dit soort straffen op letten? Ten eerste: geef de tijd om dingen te schrijven, of te gaan halen. Lukt de straf niet, leg ze dan een ad fundum op, lukt de straf wel, beloon de gestrafte met enkele slokken. Ten tweede: vergeet het niet als je een straf hebt uitgedeeld. Het heeft weinig zin als je zegt dat iemand één lied de tijd krijgt om z’n straf uit te voeren, als jij vergeet dat je een straf hebt gegeven. En tenslotte: zorg dat de locatie zich leent tot het uitvoeren van de straffen – dit geldt ook voor drankstraffen.

Bedenk wel – zoals al eerder vermeld – er zijn maar twee echte straffen: bierimpotentie en buiten zetten.

Terug naar boven

Bezoekende Club of Kring

In dit gedeelte zou ik graag even willen stilstaan bij het gedrag van bezoekende Clubs en Kringen. Wat mag je van een bezoekende Club of Kring verwachten, en wat wordt er van jou – als praeses – en van jouw Club of Kring verwacht?

Tijdens het jaar dat jij als praeses bent verkozen, ben je altijd praeses. Dit lijkt heel erg vanzelfsprekend, maar wordt dikwijls vergeten. Er is geen moment dat je geen praeses bent. Je hebt een publieke functie en je zal bijna altijd als dusdanig bekeken worden – soms nog lang na je praesesjaar.

Op het moment dat je zelf hetzij als Club of Kring, hetzij als individu, aan een activiteit van een andere club deelneemt, ben je automatisch in functie als praeses. Dit wil zeggen dat anderen je club gaan beoordelen op jouw gedrag, het gedrag van je medeclubleden die je dat moment vergezellen, en het gezag dat je over hen hebt. Het is echter meteen ook een schitterende gelegenheid voor wat P.R.

Wel wil ik hier een onderscheid maken tussen het bezoeken van bevriende Clubs en Kringen – als in Clubs en Kringen waar je een vriendschapsakkoord mee hebt gesloten – en de anderen.

Bij een bevriende Club of Kring, kan je afspreken dat al de leden van jouw Club of Kring, behandeld mogen worden als leden van de Club of Kring die je bezoekt. Zeker op een Cantus is dit van belang. De voorzittende praeses weet dan dat hij individuen kan straffen, liedjes laten inzetten, enz.. Dit neemt niet weg dat jij nog steeds in functie bent als praeses. Hiermee bedoel ik niet dat jij bij elke gebeurtenis onvoorwaardelijk te hulp moet snellen van je Club- of Kringleden, maar dat jij hen er ook mag op wijzen zich te gedragen op de cantus van de Club of Kring die je bezoekt.

Bij een bevriende Club en Kring, kan je ook je schachten laten plaatsnemen aan de schachtentafel, eventueel zelfs je schachtenmeester meesturen. Dit is geen verplichting, maar kan de vriendschapsbanden wel versterken. Hou je de schachten echter bij je, zie er dan op toe dat ze zich nog steeds geen gedrag van volwaardige coronaleden toe-eigenen. Ze zijn nog steeds schacht, ook al zijn ze hier als gast aanwezig.

En hou er te allen tijde rekening mee dat jouw gedrag, én dat van je Club- of Kringgenoten, een maatstaf zal zijn voor het gedrag van anderen op je eigen cantussen. Niets is zo ergerlijk als te moeten beseffen dat je eigen gedrag in de voorgaande jaren aan de basis ligt van het disrespect dat anderen je betonen op jouw cantussen. Je oogst wat je zaait (grinnik).

Maar, bevriende Club of Kring, of niet, er zijn een aantal zaken waar je je het beste aan houdt, zeker op een cantus. Groet altijd persoonlijk de praeses en de praesidium leden gezeten aan de praesidium tafel. Als je de kans krijgt – lees dit voornamelijk als volgt: is er genoeg ruimte tussen de tafels om vlot even door de zaal te lopen – is het ook geen slecht idee om eventuele andere praesides te groeten.

Besef dat jij als praeses de enige bent die verontschuldigd is voor eventueel te laat komen. Als genodigde zorg je er namelijk voor dat je op tijd bent, ook al gaat het om een openstaande uitnodiging – vb. tussen bevriende Clubs en Kringen. Iedereen die samen met jou te laat binnenkomt, dient zonder morren zijn ‘straf’ te ondergaan. Gewoonlijk is dit toch enkel een ad fundum. Je kan altijd met je metgezellen een ad fundum meedrinken, maar maak dan ook duidelijk dat dit niet is uit protest tegen de straf van je metgezellen, maar ‘uit liefde voor het bier’, of zoiets.

Kom je te laat, en blijkt dat er geen plaats is voor jullie, wees dan zelf zo beleefd om eventueel door te gaan. Dit ligt natuurlijk ook aan de voorzittende senior. Geeft die aan dat er geen enkel probleem is, maak er dan zelf ook geen probleem van, maar toont hij duidelijk dat jullie – letterlijk, niet figuurlijk (grijns) – teveel zijn, drink dan jullie ad fundum, neem gracieus afscheid en verlaat de cantus. O ja, en kom volgende keer op tijd.

Het kan natuurlijk altijd zijn dat sommige leden van je Club of Kring daar al op individuele basis aanwezig zijn. Afhankelijk of ze op dat ogenblik de Club- of Kringkleuren dragen, kan je ze openbaar “claimen”. Daarmee bedoel ik het volgende: iemand die zijn kleuren draagt, geeft te kennen dat hij of zij bij jou hoort. Iemand die de kleuren niet draagt, kan trachten zich afzijdig te houden. Bij sommigen zal dat al wat beter lukken dan bij anderen (grinnik). Verplicht hen echter niet op dat ogenblik openlijk partij te kiezen, maar als ze partij kiezen, moeten ze wel volledig partij kiezen. Achteraf, op eigen activiteiten, kan je ze eventueel aanspreken, mocht dit nodig zijn.

Wat wil ik hiermee zeggen? Stel dat er vb. van jouw leden worden buiten gezet. Gebeurt dit bij een bevriende Club of Kring, dan gedraag je je zoals je zou doen als een gewoon lid van de Corona wordt gestraft. Gebeurt dit bij een andere Club of Kring dan de bevriende, dan raad ik je aan om het woord te vragen, en te kennen te geven dat jullie samen zullen doorgaan. Je bevestigt eerst de beslissing van de voorzittende senior, je meldt dat jullie vertrek van de cantus geen commentaar inhoudt op de voorzittende senior, maar dat jij als praeses van je Club of Kring deze cantus niet langer wil laten verstoren door jouw leden die zich niet gedragen. Bedank de organiserende Club of Kring voor de ontvangst, wens hen nog een leuke avond, enz.. Dit doe je, zelfs als je vindt dat de voorzittende senior uit zijn nek aan ’t lullen is. Een cantus is nooit de geschikte plaats of tijd om een discussie aan te gaan die eventuele vetes met zich kunnen meebrengen. Wees de wijste én de beleefdste. Diplomatie is een vereist talent als praeses. Zijn er dan leden aanwezig die zich niet openlijk met jullie hebben verbonden, verplicht hen dan niet om mee te vertrekken, tenzij ze dat zelf willen.

Tracht ervoor te zorgen dat je leden zich op de cantus van een andere Club of Kring zich zo gedragen, zoals jij zou willen dat anderen zich op jouw cantussen gedragen: het aanheffen van jullie clublied door al je aanwezige leden, ook door hen die er als individu aanwezig zijn. Vertrekken jullie vrijwillig (tijdens een rolling, of omdat er niet genoeg plaats is vb.), laat de keuze aan de individuele leden die er reeds waren, of ze verder blijven of niet. Tracht te voorkomen dat jouw leden storend zat worden, en zorg ervoor dat ze veilig thuiskomen, mochten ze te zat geworden zijn. Kortom, gebruik je gezond verstand (hoe beneveld dat ook mag zijn – grijns).

Een uitzondering is hier als het gaat om iemand die lid is van meerdere Clubs of Kringen; geef hen altijd de keuze. We zijn immers allen volwassenen, niet?

Aan de andere kant, wat te doen als je bezoekers over de vloer krijgt. De regels in de Leuvense codex zeggen hen te behandelen als gasten, gasten die zich niet te houden hebben aan de regels (yeah, right!). Behandel hen, zoals je zelf behandeld wil worden. Simpel en eenvoudig. Uiteindelijk ben jij het die het laatste woord heeft op je eigen cantus.

Wees echter diplomatisch, oprecht en eerlijk. Is er niet genoeg plaats, zeg het dan. Stoort er iemand, spreek ze erover aan. Ligt het wat delicater, spreek hun senior erover aan, liefst tijdens een colloquium of een tempus.

En, met uitzondering van bevriende Clubs of Kringen, tracht ze altijd samen buiten te zetten, en aanvaard het als ze samen buiten gaan. Dit lijkt misschien hard en overdreven, maar voor die cantus is het echt het beste.

Terug naar boven

Praktische Dingetjes en Dergelijke

Dingen die je nooit mag vergeten als praeses: je lint, je codex, je stenen pint, een paar balpennen, je hamer, je lijst met liedjes, de namen van je praesidium leden en kladbladen. Het staat niet dat je als Praeses van je Club of Kring je kleuren niet draagt. Dit geldt zowel voor je eigen cantussen als die van anderen. Je codex bij hebben is gewoon gezond verstand. Hoe goed je de liedjes ook kent, er is altijd wel iemand die een ander lied laat inzetten, en als je je codex niet bij hebt, zal jij het moeten inzetten (Murphy is a Bitch). Een stenen pint is niet echt nodig, maar ideaal om vals te spelen (grijns).

Meerdere balpennen zijn noodzakelijk, omdat ze altijd verdwijnen, op één of andere bizarre wijze. Ook al gebruik je je hamer (zwaard) niet, als je hem bij hebt, dan kan je hem gebruiken. Ik verwijs hier weer naar Murphy. Lijst met liedjes: sommigen vinden het niet nodig om zo’n lijst te maken, wel, ik raad jullie aan het wel te doen. Beter voorbereid en die voorbereiding niet nodig, dan omgekeerd. De namen van je praesidium: zorg gewoon dat je ze kent, zeker als je als senior de cantus van een andere Club of Kring voorzit. En kladbladen, wel, altijd handig: straffen, gedichtjes, trechters, …

Zorg ervoor dat je vaak kopieën van je eigen Club- of Kringlied bij hebt. Deze kan je uitdelen aan iedereen die je clublied niet kent. Op die wijze kunnen ze meezingen als ze willen, en het is altijd een leuk aandenken.

Ken je eigen Club- of Kringlied volledig en van buiten. Wees ook zeker dat je praesidium leden het ook kennen.

Geef iedereen aanwezig de kans om zijn clublied te zingen op het einde van een cantus; vraag ze ernaar tijdens een tempus of ze het willen zingen, en bepaal de volgorde aan de hand van hoe goed ze met jullie club bevriend zijn. De minst bevriende eerst, zelf altijd laatst. Zijn er aanwezigen die lid zijn van meerdere organisaties, laat hen dan kiezen welk dat ze zelf willen inzetten. Ze kunnen altijd met anderen meezingen die lid zijn van dezelfde organisaties.

Pas helemaal op het einde worden de Vlaamse Leeuw, Oude Roldersklacht, Brabaçonne, Wilhelmus, … gezongen. Afhankelijk van waar en voor welke groep je staat, zing je ze in een bepaalde volgorde, maar tracht altijd te eindigen met de Oude Rolderklacht. Vraag ook altijd respect van de aanwezigen voor de regionale liederen. Of ze het nu zelf meezingen, of ze het juist niet willen zingen, een lied zelf krijgt pas waarde als symbool als wij dat toestaan. Staan we dat niet toe, dan is het gewoon een lied (grijns).

Zo, ik ben er zeker van dat ik nog honderd en één dingen vergeten ben, maar dit werkje zal nog wel enkele keren door mezelf en anderen herwerkt worden. In ieder geval, dit zou voldoende moeten zijn om een eerste poging te kunnen wagen op het houden van een Cantus.

Wat ik echter zeker niet wil vergeten is hier mijn oprechte dank uitspreken. De enige reden dat ik in staat ben om dit op papier te zetten, is dat mijn eigen eerste cantus ervaringen zo leuk waren dat ik er meteen aan verkocht was. Dus, Catechetica, Hermes, Mercatura, Mater Nursica, Diana, VTK, De Kelten, Steil, Industria, Intoxica, Lovania, Ons Hageland, Woningse, Medica, Romania, Bios, Chemica, Hesbania, Mijnlamp, LBK, Economica, VRG, KUC, Socia, Zandloper, Carpe Diem, Filii Lamberti, Mercurius, Germania, Moeder Irena, Historia, Klio, SocA, Didactica, Appoloon en Alfa, bedankt voor alle mooie en geslaagde cantussen tot nu toe en alle die nog mogen komen.

En, Hades, d’Academia, Archilucas, NFK, Normalia en Lions Club, bedankt dat jullie mij vertrouwden en vertrouwen om zelf die van jullie te mogen voorzitten.

Hermes

Terug naar boven

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>